Slechts een handvol vierwielers kunnen de tand des tijds goed doorstaan. Denk maar aan de Land Lover Defender en de Mercedes G-klasse. Jaar na jaar blijven deze terreinwagens onze straten en paden sieren, zonder het originele karakter te verliezen. En daar zijn we hen dankbaar voor. Het zou dan ook werkelijk zonde zijn moesten deze klassiekers voorgoed uit de catalogi verdwijnen.
De G-klasse was in principe bedoeld voor militaire doeleinden en ontwikkeld door Steyr-Daimler-Puch in Graz, Oostenrijk. De G staat voor Geländewagen en die stelling klopt als een bus. Sinds de commercialisering in 1979 blijft het model zichzelf heruitvinden, zonder van z’n roots af te wijken. En die liggen natuurlijk naast het asfalt. Eén van onze lezers was bereid om zijn G voor onze lens te halen. En het is een bijzonder geval. Deze auto is volledig in contact met z’n innerlijke zelf en voorzien van de juiste uitrusting om de klus te klaren. Hiervoor verantwoordelijk is Rik – al jarenlang bezig met het aanpassen van 4×4’s. Na het pensioen van z’n Nissan Patrol – die voor trouwe dienst wordt bedankt in evenementen als The Scottish Tour en Les Milles Rivières – is zijn oog gevallen op een standaard 300 GD, bouwjaar 1987. Deze donkere Duitser behoorde ooit toe aan een zustergemeenschap, en je kan stellen dat hij nu pas echt terreinervaring opdoet…

Op z’n optielijst staan onder meer een winch, stalen sidesteps, xenon-verlichting voor én achteraan (als werklicht), Recarozetels om de rug te sparen en een compressorkoelkast. Er werd zelfs een extra elektrisch circuit ingebouwd om de toebehoren van stroom te voorzien. Daarom is er dus ook een 2e batterij aanwezig, net als een omvormer die de overschakeling van 12V naar 220V regelt. Onderin kreeg de “Wolf” zwaardere veren, maar verder werd er mechanisch niets gewijzigd.
Zoals je ziet is dit een échte offroader die van wanten weet. In geen enkel opzicht is deze kleine vrachtwagen vergelijkbaar met een normale, hedendaagse terreinwagen – die doorgaans van alle verwennerij voorzien is. Het is meer andersom. Dit is als een vrachtschip bedienen. Starten lukt al amper zonder stil te vallen en het ding in beweging brengen, laat staan afdraaien, vraagt geen half werk. Op het asfalt is deze G dan ook een nachtmerrie; absoluut niet geschikt voor normaal woon-werkverkeer. Maar anderzijds absoluut wél geschikt voor het zware werk, waar geen enkele softroader zich aan waagt. De 88pk-sterke 5-cilinder dieselmotor mist voorlopig nog wat punch, maar dat euvel kan op termijn verholpen worden. Intussen kan Rik blijven genieten van de straffe terreincapaciteiten – en de verwarde blikken op straat.
Technisch: 3.0 liter DOHC 5-in-lijn diesel – 10 kleppen – indirecte brandstofinjectie – 4×4 – 2-zitter – motor voorin – 88pk@4400tpm – 172Nm@2400tpm – 0-100km/u: niet gemeten – topsnelheid: 130km/u – gewicht: 1935kg (standaard) – bandenmaat: 205R16
Past jouw auto ook in deze rubriek, of ken je iemand met een bijzondere wagen? Neem gerust contact op via joris@auto55.be

Bond. James Bond! Dankzij dit personage had Aston Martin in de swinging sixties weer een hit te pakken. De DB5 kwam ten tonele in “Goldfinger” en werd een instant klassieker. Sindsdien waant iedereen zich even superspion achter het stuur van een Aston Martin. Zo’n 30 jaar later heeft de DB7 opnieuw een wederopstand van het merk veroorzaakt, wat hem extra interessant maakt. Eind jaren ’80 werd Aston Martin, net als Jaguar, door het grote Ford opgekocht. Het briljante ontwerp van Ian Callum was oorspronkelijk dat van een nieuwe Jaguar, maar werd niet opgepikt. Bij Aston Martin was er wel interesse en ze zagen de kans schoon om de DB-reeks verder uit te breiden. En hoe. De DB7 is een auto die bestuurder en passagier meteen naar een hogere status verheft. En deze misschien zelfs nog meer dan de modellen die nu de toonzaal staan. Wat mij betreft is dit de laatste Aston Martin die het Britse je ne sais quoi uitstraalt – en noem het gerust toeval, maar z’n chassis is een evolutie van dat van een Jaguar XJS… uit 1975.
Eigenaar Stefaan deelt mijn mening wat het ‘Britse gevoel’ betreft – hij bestempelt zichzelf dan ook als een echte gentleman driver. Dit prachtexemplaar kocht hij rond de eeuwwisseling en intussen heeft ie ongeveer 80.000km op de teller staan. Jaarlijks komen er daar zo’n 2.000 bij, dus de kans dat je hem in het verkeer ziet opduiken is eerder klein te noemen. Wat het ook zij, een Aston Martin is nu eenmaal het koesteren waard.

Hij is geboren in 1996 – nummer 739 van 829 uit de eerste reeks – en stelt het dus met een 6-in-lijn in plaats van de dikkere V12. Die was pas vanaf 1999 leverbaar, en bestond min of meer uit twee achter elkaar geplaatste V6-motoren van Ford/Taurus-origine. Maar niet getreurd, de Jaguar AJ6 3.2 liter turbomotor levert toch nog een totaal vermogen van 335pk aan bijna 6.000tpm, waarmee hij nog steeds meer dan behoorlijk voor de dag komt. Vooral de trekkracht is merkbaar: het maximumkoppel van 488Nm is er al aan 3.000 toeren, wat een spurtje naar 100 in een knappe 6 seconden mogelijk maakt. Zeker niet slecht voor een kolos van bijna 1,7 ton.
Aan diegenen die het nog niet wisten: een DB7 dient in de eerste plaats om te flaneren – en niet om alles open te gooien aan het eerste het beste licht dat op groen springt. Wat je trouwens ook binnenin merkt; het is meer salon dan cockpit, van het dashboard tot de hemelbekleding toe. Het hoogpolige tapijt sluit mooi aan bij het Chiltern Green waarin de auto is gespoten, en opvallend is de totale afwezigheid van airbags. Niet dat elke wagen er in ’96 mee rondreed, maar de DB7 is zo klassevol dat je je aan allerhande technologische snufjes verwacht. Op het ontbreken van die luchtzakken na, blijft het wel grote luxe natuurlijk. Met als grootste troef de automatische versnellingsbak, waardoor Stefaan zelfs in de file met een glimlach achter het stuur zit. Houden zo!
Technisch: 3.2 liter DOHC 6-in-lijn, turbo – 24 kleppen – achterwielaandrijving – 2+2 zitter – motor voorin – 335pk@5500tpm – 488Nm@3000tpm – 0-100km/u: 6 sec – top: 253km/u – gewicht: 1650kg – bandenmaat voor- en achteraan: 245/40 ZR 18
Welkom in onze interactieve hoek. Hier verslagen we over de auto die ú in de garage heeft staan. En de spits wordt afgebeten door een icoontje met sterallures: de Mazda MX-5 GTR.

Er is al zoveel over de MX-5 geschreven dat het stilaan welletjes wordt. Het roadstertje van Japanse makelij wordt nog steeds aanzien als het beste waar voor je geld als het op rijplezier aankomt. Door de jaren heen zijn er dan ook talloze ‘special editions’ op ons los gelaten, de ene al wat leuker dan de andere. Toch wordt de tweede generatie veelal dood gezwegen. Met het afvoeren van de klaplichten verdween ook het ietwat ruwe karakter, en nog steeds kreeg hij – ondanks de gespierde vormgeving – het ‘vrouwvriendelijke’ etiket niet van zich afgeschud.
Neen, deze Mazda uit ‘99 beschikt niet over een dubbele turbo of een oorverdovende zescilinder. Sterker nog, de atmosferische 1.8-liter viercilinder levert nog steeds 140pk. Maar daar gaat het niet om; echte autoliefhebbers weten immers dat het bij deze wagen niet om de snelheid te doen is, dan wel om de beleving. De GTR onderscheidt zich van de kudde door twee belangrijke zaken: de ophanging en de wielen. De harde afstelling, in combinatie met de brede 17-duims sloffen, geven het beestje de ‘cool’ die de normale editie mist. En de jonge eigenaar weet waarover hij spreekt; Kenny is inmiddels al aan z’n tweede MX-5 toe. Z’n vorige aanwinst was er ook eentje van dezelfde generatie, maar dan met de meer voorkomende 1.6-liter. En hoewel de prestaties van de 1.8 niet wonderbaarlijk zijn, is het verschil meteen merkbaar. De GTR gaat stabieler door de bochten en is dus ook beter geschikt voor het hardere werk. Van overhangen is amper sprake en de vierpitter bromt heerlijk ouderwets. Op geen enkel moment heb je het gevoel dat je in een Mazda zit.

Bij de lancering pronkte de speciale reeks met opzichtige striping van voor naar achter, en als je niet beter wist leek ie van ver op een Dodge Viper in babyformaat. De vorige bezitter had de witte strepen na aankoop verwijderd, maar die actie doet geen afbreuk aan het ontwerp. Van deze versie werden er amper 500 stuks gemaakt, wat hem even zeldzaam maakt als een Ford Focus RS500. Die laatste is weliswaar sneller, maar alleszins niet mooier. Neen, wij houden wel van deze Mazda, ook al is de type-aanduiding een tikkeltje overdreven.
Technisch: 1.8-liter DOHC viercilinder – achterwielaandrijving – motor voorin – elektronische brandstofinjectie – 140pk@6500tpm – 161Nm@4500tpm – 0-100km/u: 8 sec – top: 205 km/u – gewicht: 1026kg – onafhankelijke ophanging met dubbele wishbones – bandenmaat: 205/40 R 17
Zou je graag jouw speciale auto op onze site zien staan, of ken je iemand met een bijzondere wagen? Neem dan contact met ons op via deze link: http://www.auto55.be/feedback